cPTSS

Wat is complexe PTSS (cPTSS)?

Complex trauma en complexe PTSS (cPTSS) zijn termen die geregeld worden gebruikt in de zorg voor mensen met psychotraumagerelateerde klachten. De termen vestigen de aandacht op langdurige, aanhoudende schokkende ervaringen en de complexe gevolgen ervan. Het zijn echter begrippen die een onduidelijke status hebben in de classificatiesystemen.

De Nederlandse geestelijke gezondheidszorg (GGz) werkt meestal met de DSM-classificatie. In zowel de DSM-IV als de DSM-5 is geen classificatie cPTSS opgenomen, al is hierover wel heftig gedebatteerd. De voorgestelde symptomen van cPTSS zijn echter wel terug te vinden in de symptomen van de PTSS-classificatie van DSM-5, te weten:

  • Overdreven negatieve overtuigingen of verwachtingen
  • Vertekende cognities die leiden tot zelf of anderen de schuld geven
  • Persisterende negatieve gemoedstoestand
  • Roekeloos of zelfdestructief gedrag
  • Woede-uitbarstingen
  • Dissociatieve symptomen (in DSM-5 een specificeer subtype):depersonalisatie, derealisatie

De ICD (versie 10 en conceptversie 11) heeft wel een categorie die betrekking heeft op complexe problematiek. ICD-10 kent de classificatie Enduring Personality Change After Catastrophic Experience. Na blootstelling aan een extreme stressor moet er sprake zijn van een definitieve en aanhoudende verandering in het individuele waarnemen van en denken over zichzelf en de omgeving (duur is tenminste twee jaar). De persoonlijkheidsverandering is substantieel en verwijst naar tenminste twee van de volgende kenmerken.

  • Vijandige of wantrouwende houding tegenover de wereld
  • Sociale terugtrekking
  • Constant gevoel van leegte of hopeloosheid, vaak geassocieerd met langdurige depressieve stemming
  • Blijvend gevoel van bedreiging
  • Permanent gevoel van anders dan anderen (vervreemding)

Dit concept wordt hoogstwaarschijnlijk vervangen door de classificatie complexe PTSS in de 11e versie van de ICD van de WHO. Patiënten met complexe PTSS kampen dan met én PTSS én met de drie volgende aanvullende symptoomgebieden.

  • Problemen met emotieregulatie

Deze kunnen zich voordoen in de vorm van verhoogde emotionele reactiviteit of juist in een afwezigheid van emoties en vervallen in dissociatie (het affectdomein), en/of in de vorm van gewelddadige uitbarstingen en risicovol of zelfdestructief gedrag (het gedragsdomein).

  • Problemen met zelfbeeld

Dit refereert aan persisterende negatieve overtuigingen over zichzelf als minderwaardig, verslagen of waardeloos. Deze overtuigingen kunnen gepaard gaan met diepe en hardnekkige gevoelens van schaamte, schuld of falen.

  • Problemen met interpersoonlijke relaties

Dit speelt vooral met het nabij voelen tot anderen. Er kan sprake zijn van een consistent vermijden van of weinig interesse tonen in relaties en sociale betrokkenheid.

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.